Met 14 Fortuna-seizoenen op de teller is Tristan Schenkhuizen één van de langstdienende Fortunezen in Danny Buijs’ selectie. Maar bij 14 seizoenen in geel en groen blijft het voorlopig. Want Fortuna heeft zich niet bij Schenkhuizen gemeld om zijn aflopende verbintenis te verlengen. Een laatste kans dus om de jongeling de duimschroeven aan te draaien en, om met Buijs’ woorden te spreken, de citroen uit te persen…
Het seizoen zit er bijna op en we maken ons op voor een naar verwachting vreselijk drukke zomerstop. Een resem contracten loopt af en aan Fortuna’s nieuwe Technisch Manager de taak om opnieuw een Eredivisiewaardige selectie samen te stellen. En om alvast in het dagelijkse ritme van laptop openklappen te komen, nemen we meteen flink wat hooi op onze vork door Tristan Schenkhuizen aan de tand te voelen.
Het gaat te ver om Tristan uit te leggen waar ‘Zaanse Methoden’ uit bestaan, want voor hem is deze uiterst omstreden en inmiddels verboden verhoortechniek iets uit een vorige eeuw. Zelfs het woord ‘millenniumbug’, zal zijn woordenschat niet hebben gehaald. Maar helemaal wereldvreemd is deze begin twintiger natuurlijk ook niet. Inmiddels heeft hij door heel wat voetbalmeertjes gezwommen en kent het Fortuna Stadion natuurlijk op zijn duimpje.
Na een vriendelijke kennismaking gaat het in strakke pas ‘linksaaf, trepke op, derde gank en dan rechdoor, zesde deur, dan taofel drie.’
In 2012, acht jaar oud en (misschien) net je heilige communie gedaan, laat je de vertrouwde omgeving van FC Geleen Zuid achter je en stap je in bij de Fortuna Sittard Academy. Hoe gaat zoiets in zijn werk?
‘Van mijn vierde tot mijn achtste heb ik bij FC Geleen Zuid gevoetbald. Je mocht destijds pas vanaf acht aansluiten bij een BVO en toen ben ik gelijk ingestroomd. Een seizoen eerder deed ik mee aan een techniekkamp van Jan Janssen (Jan Janssen was als trainer 25 jaar verbonden aan Fortuna Sittard). Ik werd verkozen tot ‘speler van het kamp’ waarop een scout van Fortuna naar me toekwam met de mededeling dat ze me graag wilden hebben. Toen ben ik bij Fortuna gaan trainen.’
‘Uiteindelijk ben ik in het jeugdplan terechtgekomen. Zo heetten destijds de elftallen onder de JO10. Spelertjes van allerlei amateurverenigingen trainden samen bij Fortuna waarna de beste 13 spelers werden uitgekozen om in de JO10 te gaan voetballen. Zo ben ik er zeg maar ingerold.’
Dan gaat je jonge leven er ineens volledig anders uitzien. En niet alleen dat van jezelf, maar ook van je ouders en je broertje. Kun je uitleggen hoe zoiets jullie leven op zijn kop zet?
‘Dat klopt, al zat ik destijds nog gewoon op de basisschool. Maar dan ga je ineens viermaal per week trainen, wedstrijden spelen. Dat is wel totaal anders dan mijn vriendjes die nog bij FC Geleen Zuid spelen. Zij trainden twee avonden per week en speelden op zaterdag hun wedstrijd.’
‘Mijn ouders gingen overal mee naartoe. We speelden natuurlijk onze wedstrijden, maar namen ook deel aan toernooien die soms in het buitenland plaatsvonden. Zij vonden het hartstikke leuk om mee te maken.’

Tristan Schenkhuizen met één van zijn eerste bekers uit zijn dan nog prille voetbalcarrière (Bron: privé-archief Tristan Schenkhuizen)
Mama Schenkhuizen vindt het vast prima dat de stip op je sportieve horizon aan de Sittardse Milaanstraat ligt, maar papa Schenkhuizen had die stip misschien liever aan de Geleense Kummenaedestraat gezien.
‘Toen ik vier jaar was heb ik geprobeerd te schaatsen en heb een ijshockeytraining gedaan, maar uiteindelijk vond ik voetbal toch leuker. Ik voetbalde altijd met vriendjes buiten en was in de tuin met de bal bezig. Daardoor is het geen ijshockey maar voetbal geworden. Maar nu ik ouder ben moet ik toegeven dat ik graag naar ijshockey kijk en het een heel leuk spelletje vind. Eerlijk gezegd kijk ik liever ijshockey, dan naar voetbal!’
In het kader van samenwerking tussen Fortuna en Snackpoint Eaters Limburg bezocht de selectie het duel tussen Eaters en Hijs Hokij Den Haag. Kris Peterson werd naar voren geschoven als ervaringsdeskundige. Bijna een persoonlijke schoffering van Dagblad de Limburger-journalist Marlous Flier. Want welke speler draagt er nu ijshockeybloed in zich?
‘Hahaha! Maar Kris komt uit Zweden en daar is ijshockey nu eenmaal een veel grotere sport dan hier. En ik geloof dat hij op jonge leeftijd ook wel ijshockey speelde.’
‘Mijn vader heeft altijd op hoog niveau ijshockey gespeeld en was jarenlang goalie bij de Eaters. Maar ik vond het echt leuk dat we als Fortuna naar een wedstrijd van de Eaters gingen. Toen heb ik alle spelers een beetje ijshockeykennis bijgebracht’.

Remco Schenkhuizen speelde in één team met de legendarische Marián Uharček
In hoeverre speelt ijshockey nog een rol in jullie gezin?
‘Ik ga op zondagavond soms naar de Eaters kijken en samen met mijn vader en broertje bezoeken we ook wel eens de Kölner Haie. 18.000 supporters die de LANXESS Arena vullen; dat is écht vet! Alhoewel verwacht werd dat één van ons tweeën de sport zou gaan beoefenen, is dat er niet van gekomen. Desondanks laat ijshockey ons niet los.’
Terug naar het voetbal. Jeugdvoetbal in de amateurwereld bestaat uit tweemaal per week trainen, zaterdagochtend een wedstrijd spelen en na afloop een broodje frikadel nuttigen in de kantine. Na afloop van het seizoen speel je tijdens toernooien meerdere wedstrijden op één dag waarmee het aantal broodjes kroket gelijke tred houdt. In hoeverre verschilt een academy ten opzichte van ‘regulier’ jeugdvoetbal?
‘Als je een jaar of 10 bent, dan is dat vergelijkbaar. Dan is er nog weinig aandacht voor je levensstijl, omdat je nog jong bent en je lichaam kan dan nog best veel hebben. Het niveau is weliswaar hoger, maar zoveel verschilt voetballen bij een academy nu ook weer niet van hetgeen zich bij amateurverenigingen afspeelt.’
‘Je speelt voor je plezier en hebt nog geen idee waar je op latere leeftijd nog mee te maken krijgt qua druk. Gewoon lekker voetballen en je ding doen. Pas later, als je bij de JO15 komt, dan begint het serieuzer te worden. Dan vallen spelers ook af, worden zelfs weggestuurd en daar komen dan weer andere spelers voor terug. Je krijgt dan ook feedback vanuit de technische staf en als je het goed doet mag je bijvoorbeeld eens met de JO18 meetrainen. Je merkt dat er ook sneller spelers afvallen die het bijvoorbeeld niet zien zitten om een heel seizoen op de bank te zitten bij Fortuna en ervoor kiezen terug te keren naar hun amateurvereniging om weer met vrienden te gaan voetballen.’

Tristan Schenkhuizen pakt opnieuw een prijs, samen met onder andere Niels Martens (Bron: Facebook Fortuna Sittard Academy)
‘Ik sprak er laatst nog met mijn vader over dat ik met zóveel spelers heb gespeeld, dat is echt bizar. Er zit echt een groot verloop in de jeugdelftallen waarin ik heb gespeeld’.
Mensen denken dat als je in een academy voetbalt alles tot in de puntjes voor je is geregeld. Maar als je bij Fortuna voetbalt, dan zijn daar kosten aan verbonden. Wat kost zo’n seizoen eigenlijk?
‘Je betaalt gewoon contributie maar vraag me niet hoeveel dat was of is (grinnikt). Maar je moet bedenken dat het niveau van de Fortuna-jeugd ook niet zo hoog was toen ik binnenkwam. Het eerste elftal speelde onderin de Jupiler League en er was amper geld. We trainden destijds op het CIOS-sportcomplex achter Zwembad ‘De Nieuwe Hateboer’ maar toen ik in de JO12 of JO13 zat verhuisden we naar ‘Het Anker’ in Buchten.’

Tristan Schenkhuizen met één van zijn voorbeelden: Perr Schuurs (Bron: privé-archief Tristan Schenkhuizen)
‘Je kunt je niet voorstellen hoe dat was. We speelden onze wedstrijden overal en nergens en op enig moment kwam het bericht dat de club aan de vooravond van een faillissement stond. Dat bracht voor alle jeugdspelers heel veel onzekerheid met zich mee. Toen heb ik er met mijn ouders over nagedacht om te blijven of misschien toch naar een andere club te verhuizen. Het was onduidelijk hoe lang de club nog zou voortbestaan en ze had iets van € 600.000 nodig. En ondanks dat je als kind niet alles tot in details meekrijgt waren dat bizarre tijden.’
‘Het is bijna onwerkelijk als je ouders je vertellen dat je misschien ergens anders moet gaan voetballen, terwijl je al zo lang bij Fortuna zit. Dat was een hele rare periode!’
Kun je aangeven hoe een week er eigenlijk uitziet als jeugdspeler?
‘Het veranderde toen ik naar de middelbare school ging. Toen trainden we tweemaal per dag. Op maandagochtend trainden we eerst op de velden van VV Sittard waarna ik lessen volgde aan het Trevianum. In de avond trainden we nog een keer, maar dat was dan in Buchten. Dinsdag trainden we één keer en woensdag was onze vrije dag.’
‘Op donderdag trainden we in de ochtend en in de middag. Op vrijdag trainden we dan nóg een keer waarna we op zaterdag onze wedstrijd speelden. En tussendoor moet je je huiswerk van school maken. Dat was best wel intens, als ik eerlijk ben.’
In 2000 verscheen de documentaire ‘Ajax – Daar hoorden zij engelen zingen’, die een inkijk gaf in de harde wereld van de jeugdafdeling van de Amsterdammers. Hoe zingen de engelen in Sittard? Met andere woorden: hoe hard is het leven bij Fortuna als jeugdspeler, waar je wekelijks moet presteren?
‘Dat is bij Fortuna wel wat minder. Bij Ajax hangt een heel andere sfeer. Ik heb persoonlijk bij Fortuna geen trainers meegemaakt waar ik bang voor was of stress van kreeg. Ondanks dat ze wel kritisch waren overigens. Ik kon daar zelf wel goed mee omgaan, maar dat gold niet voor iedereen. Er zijn altijd wel spelers die dat lastig vinden en denken: ‘Dit wil ik niet; ik ga wat anders doen.’
Aan het einde van het seizoen is het dan bijltjesdag.
‘Ja, zeker weten! Er moeten dan spelers weg, maar er komen ook altijd weer spelers voor terug. Maar omdat ik altijd één van de betere was keek ik nooit tegen die dag op. Ik was altijd basisspeler, kreeg veel vertrouwen van mijn trainer en dan voel je wel aan dat je steeds mag blijven.’

Als aanvoerder maak je je doorgaans geen zorgen (Bron: privé-archief Tristan Schenkhuizen)
Als jeugdspelers afvallen pakken ze hoogstwaarschijnlijk de telefoon en bellen naar Maastricht of, erger, Kerkrade. Alles om hun droom te verwezenlijken: profvoetballer worden. Maar wat ze bij Fortuna niet laten zien, dat komt er bij die andere clubs toch niet uit?
‘Nee, dat komt niet vaak voor. Vooral niet als je nog jong bent. Ben je ouder, dan kun je denken dat je in de Keuken Kampioen Divisie eerder een kans in het eerste elftal krijgt en dat je daarom naar Kerkrade of Maastricht verkast. Maar voor alle mindere spelers die bij Fortuna afvallen geldt: ben je hier niet goed genoeg, dan ben je elders ook niet goed genoeg.’
In hoeverre speelt de rivaliteit tussen de drie clubs op het niveau van de academy’s?
‘Kom op, wat denk je zelf? Heel veel! Vooral als we tegen Roda JC speelden was er geregeld ruzie en strijd. Gekke wedstrijden. Rode kaarten. En dat allemaal zonder fans! Maar vlak ouders niet uit, die spelen best wel een grote rol. Die zijn emotioneel betrokken omdat hun kinderen op het veld staan en kunnen die emoties soms niet de baas. Ik vond dat persoonlijk altijd leuke potjes waar ik telkens van genoot.’

Maastricht of Kerkrade: derby’s blijven speciaal! (Bron: Facebook Fortuna Sittard Academy)
Op enig moment heb je wel in de gaten of je een bovengemiddeld talent bent of niet. Ben je geen Mark van Bommel 2.0 dan noopt je dat om een keuze te maken: alles op het voetbal zetten met een ongewisse afloop of toch ook je studies te voltooien. Hoe lastig is die afweging?
‘Als je naar de middelbare school gaat valt dat reuze mee. De club regelt alles voor je en en je beschikt over een LOOT-status (Landelijk Overleg Onderwijs en Topsport) waardoor je vrijstellingen krijgt en kunt trainen. Pas daarna, als je naar het voortgezet onderwijs overstapt, sta je voor die keuze. Kies je voor een voetbalcarrière of denk je ook na over een maatschappelijke carrière? Die keuze is gewoon lastig. Ik heb die keuze ook gemaakt, net als iedereen. Dat blijft moeilijk.’
Als je instroomt in 2012 krijg je misschien mee dat Fortuna haar tweede Zusterstedencup op rij wint na een eclatante 9–0 overwinning op KS Hasselt. ‘Prijzen winnen, daar gaat het om’, denk je dan als jonge jongen vast. Maar hoeveel prijzen heb je eigenlijk gewonnen in je jaren als jeugdspeler?
‘Hmm, even tellen… In de JO11 en JO12 hebben we wel wat toernooitjes gewonnen. Verder ben ik kampioen geworden toen ik in de JO15 speelde. Toen ik in de JO18 speelde wonnen we ook tweemaal het kampioenschap. Verder drie keer kampioen geworden in de O21 en we zijn nog een keer gepromoveerd. En dan heb ik ook nog de Herman Teeuwen Memorial gewonnen!’
‘De laatste twee seizoenen speelden we best op een prima niveau, maar de seizoenen daarvoor speelden we toch wel wat lager en veel tegen amateurverenigingen. Dan is het in principe iets makkelijker om kampioen te worden. Desondanks is elke titel of prijs mooi meegenomen!’

Danny Buijs brengt Tristan Schenkhuizen de kneepjes van het vak bij
In de onderbouw speel je voornamelijk met spelers uit de regio. Maar des te ouder je wordt, des te vaker krijg je te maken met spelers die de club van buitenaf haalt. Hoe anders is dat?
‘Dat begint zo’n beetje bij de JO17 of JO18. Dan komen ook spelers vanuit Duitsland of België erbij. De club trekt die spelers soms ook echt zelf aan. In het begin is dat zeker even wennen, maar al snel bouwde ik een prima band met die gasten op.’
‘De seizoenen voordien bestonden mijn teams bijna alleen maar uit spelers uit de buurt, die ik bijvoorbeeld kende van de middelbare school. En als je jong bent, bouw je heel snel en makkelijk vriendschappen op. Dan spreek je ook buiten het voetbal wel eens af. Als er dan in de bovenbouw van de academy spelers van buitenaf naar de club toekomen ben je toch tot elkaar veroordeeld. Ook al kom je uit een andere regio of bezit je een andere nationaliteit: je bent hier om met elkaar te voetballen en te presteren. Maar het is zeker anders.’
We hebben misschien een iets andere kijk op een academy. Want in onze ogen is het gros van de spelers er om ervoor te zorgen dat de twee à drie échte talenten het eerste elftal halen. Jij was één van die twee à drie talenten. Maar hoe is het als je ‘opvulling’ bent?
‘Uiteindelijk is iedereen overtuigd van zijn eigen kunnen. Of je aan het eind van de rit het eerste elftal haalt of niet: iedereen doet er gewoon álles voor. Toch heb je in elk elftal wel twee à drie spelers die er bovenuit steken.’

Drie kroonjuwelen van jeugdspelers! (Bron: Facebook Fortuna Sittard Academy)
‘En als je dat niet bent, dan kan dat best snel veranderen. Dus iedereen denkt: ik haal het eerste elftal. Als je bij de JO12 de beste bent, is dat zeker geen garantie dat je dat in de O21 nog steeds bent. Er kan best wat misgaan onderweg. Pas op latere leeftijd zie je eigenlijk pas een beetje wie bij het eerste elftal kan gaan aansluiten.’
‘Ik heb met spelers gevoetbald die in de JO12 of JO13 de beste waren, maar toen we in de JO15 speelden werden ze weggestuurd. Dus dan zie je hoe snel het kan gaan allemaal.’
‘In al die jaren bij Fortuna komen ook spelers voorbij die de ploeg totaal niets bijbrengen. Heb je vaak je wenkbrauwen gefronst als er weer eens een testspeler kwam aanwaaien?’, zo leggen we Roel Janssen voor. Diezelfde vraag mag jij beantwoorden.
‘En wat zei Roel toen?’
Roel fronste zijn wenkbrauwen wel eens, maar hield zich op de vlakte.
‘In de jeugd zijn er wel een paar spelers voorbijgekomen waarbij ik dacht: ‘Wat doen zij hier?’ Natuurlijk, dat is toch normaal? Regelmatig was ik aanvoerder of reserve-aanvoerder en werd mij gevraagd nieuwkomers op te vangen. En dan schudde ik spreekwoordelijk mijn hoofd wel eens.’
Maar het tegenovergestelde is wellicht ook waar.
‘Zeker weten! Er kwamen natuurlijk ook jongens bij die ons elftal wel echt versterkten. En ook dat heb je snel in de gaten. Na de eerste training weet je wel of een speler mag blijven of dat een speler zijn eerste en meteen zijn laatste training achter de rug heeft, haha.’

De veelbelovende Namory Cissé kwam over van 1. FC Köln, vertrok naar Austria Lustenau, maar haalde Fortuna’s eerste niet
Als je ouder wordt heb je (blijkbaar) behoefte aan een zaakwaarnemer. Wat doet zo iemand voor je?
‘Even denken… Ik denk dat ik 17 of 18 was toen ik mijn eerste zaakwaarnemer kreeg. Hij begeleidt me bij tal van zaken en probeert me momenteel bij andere clubs onder de aandacht te brengen. Maar een zaakwaarnemer nodigt bijvoorbeeld ook scouts bij wedstrijden uit, zodat ze naar een bepaalde speler kunnen kijken. En het belangrijkste: contracten regelen!’
Er wordt ook al jaren gezegd dat Fortuna over een eigen trainingscomplex moet beschikken. Wat heeft dat in jouw ogen als voordeel?
‘Nu zitten we in Buchten, wat ik een mooie locatie vind. Het is weliswaar een kwartiertje rijden vanaf het stadion, maar dat valt goed te doen. En in het stadion hebben we heel veel. We kunnen naar de gym, beschikken over mooie kleedkamers en we eten hier. Maar mocht het trainingscomplex aan de overzijde van de straat liggen, dat zou natuurlijk helemaal perfect zijn.’

Trainen middenin een bos: wat wenst een speler nog meer?
‘De laatste jaren heeft de club flinke stappen gezet en zijn we qua faciliteiten enorm vooruit gegaan. Daardoor kunnen wij ons zo veel mogelijk op voetballen richten om zodoende alles uit onze mogelijkheden te halen. Alles kan beter, maar blijft altijd zo.’
Ben je dan ook in één klap van het vermaledijde kunstgras af?
‘Ik speel, op de laatste twee seizoenen na, mijn hele leven al op kunstgras, dus ik heb juist aan echt gras moeten wennen. Die overgang is best lastig geweest. Je moet sowieso van schoeisel wisselen, want je speelt met ijzeren noppen op natuurgras. Daaraan moet je lichaam echt wel wennen. Maar op écht gras spelen vind ik veel fijner. Het is ook veel beter voor je spieren en botten. Dus ben toch wel blij nu steeds op echt gras te kunnen spelen.’
Er wordt ook al jaren geroepen dat de elftallen van de Academy op een hoger niveau moeten gaan spelen. Claudio Braga vond het en Jurgen Seegers was het met hem eens. Dominik Vergoossen kreeg de Academy niet naar een hoger plan getild. Henk Duut werd genoemd, maar traint momenteel het O21-elftal van Roda JC. Wat gaat er fout? Of juist goed?
‘Ik heb alles gezien. Tijdens mijn beginjaren ging het écht slecht en maak nu veel betere tijden mee. De laatste drie seizoenen zet de academy echt grote stappen voorwaarts. Zeker qua niveau. Onze O21 speelt op het hoogste niveau, maar moet noodgedwongen een stapje terugdoen. Dat is niet erg, maar op dit niveau blijven moet wel het streven zijn. Zodoende houd je ook aansluiting met het eerste elftal.’
Je kunt vanuit dit niveau onmogelijk de stap naar de Eredivisie zetten. Dus zetten veel spelers die stap via een U-bocht. Jij bent de academy en het O21-elftal altijd trouw gebleven. Is dat achteraf een juiste keuze geweest?
‘Ik mocht op mijn 17e al meetrainen met het eerste maar het heeft enkele seizoenen geduurd om de definitieve stap naar het eerste te kunnen zetten. Ik train nu volledig mee terwijl ik niet eens veel minuten maak. Je ziet ook dat het niet vaak voorkomt dat een speler vanuit de academy een basisplaats in het eerste elftal afdwingt. Zeker nu Fortuna in de Eredivisie speelt.’
‘Om eerlijk te zijn wilde ik aan de vooravond van dit seizoen verhuurd worden. Er waren wel enkele clubs geïnteresseerd, maar dat zag ik zelf niet helemaal zitten. Onze O21 speelde in de 2e Divisie en heel veel spelers bleven het team trouw, dus ik besloot te blijven. Ik bedacht dat meetrainen bij het eerste elftal en alle wedstrijden spelen bij de O21 er toch ook voor zou zorgen dat mijn niveau ging stijgen.’

‘Als je alles speelt bij de O21, ontwikkel je je desondanks’ (Bron: Facebook Fortuna Sittard Academy)
‘Stel je voor dat je naar een club uit de Keuken Kampioen Divisie gaat en je verzeilt op de bank, dan sta je stil. Je speelt geen wedstrijden en je traint op een lager niveau en dat wilde ik voorkomen. Dus ja, blijven was achteraf gezien de beste keuze. Ik ben vooruit gegaan in mijn ontwikkeling en voel dat ik klaar ben voor een volgende stap.’
Je gaat met Fortuna op stap naar Heracles Almelo waar Daan Bisschops en Sjors-Lewis Hermsen debuteren, maar jij op de bank blijft zitten. Ga je dan balend de zomerstop in?
‘Toch wel, omdat ik zo ontzettend graag had willen debuteren. Al was het maar eventjes. Maar omdat ik wist dat de club mijn contract ging verlengen, ebde dat gevoel snel weg. Daardoor wist ik dat er voor mij ook mooie dingen in het verschiet zouden liggen.’

Wie van de drie debuteert niet?
‘En achteraf denk ik dat ik mijn debuut mooier was. We speelden thuis tegen PSV, het stadion zat vol en we speelden in het speciale Fernando Ricksen-tenue… Dat was speciaal en bizar tegelijkertijd. Ook al waren het maar een minuut of acht. Achteraf gezien had ik hieraan niets willen veranderen.’
Die roze shirts waren toch ook niet verkeerd?
‘Nee, dat klopt, maar die shirts waren niet voorzien van een naam. Alledrie niet. En dan is het toch anders. En het Ricksen-tenue, dat was echt ‘mijn’ tenue.’

Tristan Schenkhuizen gaan onbevreesd in duel met Ismael Saibari
In de voorbereiding op het seizoen 2024/25 speelt Fortuna tegen Helmond Sport. Na een 1-2 ruststand wisselt Danny Buijs zijn eerste elftal en komt de tweede garnituur in het veld. In een elftal, dat jij leidt als aanvoerder vol met jonge talenten, overrompelen jullie de Brabanders, waardoor Fortuna met 5-2 wint. Toen dacht iedereen: hij is klaar voor een plek in de selectie.
‘Ja, dat weet ik nog goed. Maar de bedoeling was eigenlijk dat ik verhuurd zou worden. Maar die eerste trainingsweek ging zó super lekker waarna Danny Buijs naar me toe kwam en me vertelde dat ik me echt heel goed had ontwikkeld en vooruit was gegaan.’
‘Juist het voorafgaande seizoen vond hij dat ik nog meer tijd nodig had om me te ontwikkelen voordat ik zou kunnen aansluiten bij de selectie. Nu zei hij dat ik het heel goed deed en gaf aan dat ik op die manier door moest gaan. Gedurende die hele voorbereiding heb ik aangetoond dat ik mijn plek in de selectie waard ben en train sindsdien mee.’

Onder aanvoering van Tristan Schenkhuizen rolt Fortuna Helmond Sport op
Je valt in voor Loreintz Rosier, die eigenlijk nooit écht heeft kunnen overtuigen. Hoe frustrerend is het om dan je kans niet te krijgen of om te zien dat Fortuna iemand haalt voor jouw positie uit de Swiss Challenge League?
‘Soms denk je dat wel. Waarom worden spelers gehaald voor posities die ik ook zou kunnen invullen? Maar Ryan Fosso bijvoorbeeld heeft zich gigantisch ontwikkeld, is veel beter geworden en groeide uit tot één van de beste spelers. Maar uiteindelijk moet je dat gewoon accepteren. Bij de pakken neerzitten helpt je niet vooruit. Je moet gewoon je ding blijven doen, hard blijven werken en wachten op de kansen die je krijgt.’

Reus op lemen voeten
Hoe zeer baal je als je wederom het laatste half uur van een oefenduel mag spelen met veelal talentvolle leeftijdsgenoten? Want je wilt toch een keer starten met de waarschijnlijke basisspelers, waardoor je zelf ook veel makkelijker voetbalt.
‘Dat maakt een enorm verschil. Ik merk dat als ik met betere spelers speel, ik zelf óók veel makkelijker voetbal. Maar de trainer maakt die keuze. En dan kun je wel weer gaan balen, maar je weet dat je je gewoon moet laten zien. Ook al speel je met jonge jongens, gewoon volle bak gaan. Ook al is het maar een half uur, in dat halfuur moet je laten zien dat je één van de betere bent.’

Nummer 38 vuurt een schot af op het doel van De Ster (Bron: Unter Futlicht)
Tijdens oefenduels heb je de aanvoerdersband enkele keren gedragen en je wordt gezien als gangmaker van de jonge garde. Hoe is het om dan enkele weken later naar Excelsior Maassluis of Spartaan ’20 te moeten reizen? 4e Divisie D.
‘Dat is een gekke gewaarwording. De eerste twee of drie duels zat ik bij het eerste elftal op de bank, maar viel niet in. Toen kwam Danny Buijs naar me toe en vertelde me dat ze me minuten gingen laten maken bij de O21, want dat is belangrijk voor jonge jongens. Dat begreep ik en was het eens met de beslissing, maar dan moet je in het weekend naar Excelsior Maassluis… We gingen er met 3-1 vanaf en dan denk je: ‘Shit, waar ben ik nu beland?’
‘Op een gegevens moment had ik er helemaal geen zin meer in om op dat niveau te voetbalen. We begonnen dramatisch, maar maakten steeds meer achterstand goed. We wonnen de laatste acht duels en werden kampioen. Toch was dat een moment waarop ik twijfelde of het nog ging lukken om mijn droom te laten uitkomen. Want het was echt raar om ineens op zo’n niveau te moeten voetballen.’
Je debuteert tijdens het thuisduel met PSV. Dat moet een mooi moment zijn, maar weet ook dat je nog een lange weg hebt af te leggen. Hoe frustrerend als je dan maanden moet wachten voor opnieuw een handvol minuten te kunnen maken?
‘Dat kun je van twee kanten bekijken, maar ik bekijk het positief. Dat seizoen heb ik bijna alles gespeeld bij de O21 en veel bij de selectie van het eerste elftal gezeten. Toen mocht ik opnieuw tegen PSV invallen. Dat was echt vet. En toch een kleine beloning voor mijn goede seizoen bij de O21.’
‘Het eerste elftal was dat seizoen best wel laat veilig en in de staart van het seizoen heb ik nog een paar keer mogen invallen. En dat was een mooie afsluiting.’
Na je eerste profcontract teken je voor één seizoen bij. Dan weet je dat je voor een cruciaal seizoen staat. Hoe ervaar je dat zelf? Brengt dat onzekerheid met zich mee? Of ben je daarmee helemaal niet bezig?
‘Natuurlijk brengt dat onzekerheid met zich mee, want je weet dat je niet lang de tijd hebt. Als je een contract voor één seizoen tekent is dat de consequentie. Of je doet het goed en mag blijven of je mag uitkijken naar een andere club. Maar je moet je wel laten zien.’

Altijd goed: een rechtstreekse concurrent voor jouw positie aanpakken
‘Een contract voor één seizoen geeft weinig zekerheid en dat is lastig, dat is gewoon zo. Om je heen zie je dat andere jongens contracten tekenen voor meerdere seizoenen en terwijl jij elk jaar in onzekerheid zit. De laatste vier à vijf jaar was dat mijn lot waardoor ik eigenlijk nooit lekker de zomer inging. Een zorgeloze vakantie, dat gevoel ken ik niet zo goed.’
Ondertussen raast het O21-elftal door de competities. In twee seizoenen tijd springen jullie van de 4e Divisie naar de 1e Divisie, maar zetten komend seizoen weer een stapje terug. Hoe heb je dat beleefd?
‘We begonnen in de 4e Divisie en stonden zes punten achter op VVV-Venlo. Maar zij morsten keer op keer punten en we slopen dichterbij. We wonnen alles en promoveerden. Na de winterstop voetbalden we in de 3e Divisie en gebeurde hetzelfde. We waren het beste team, wonnen alles en waren drie duels voor het einde al kampioen.’

Drie sjnake oet Gelaen vieren de titel in de 4e Divisie (Bron: privé-archief Tristan Schenkhuizen)
‘Dit seizoen was de leiding van de academy benieuwd hoe we het in de 2e Divisie zouden doen. Want op dit niveau had de O21 al ontzettend lang niet meer gespeeld. Dat hebben we verrassend goed opgepakt en resulteerde in een promotie naar de 1e Divisie. Dat was echt een hoogtepunt voor de gehele academy, want dat was al heel lang niet meer gebeurd. En voor mij persoonlijk was dit eigenlijk ook wel een hoogtepunt.’

Tristan Schenkhuizen blijft de titels aaneen rijgen (Bron: Facebook Fortuna Sittard Academy)
Je promoveert samen met ADO Den Haag en het verschil is miniem. Nu degradeer je weer en sta je een straatlengte achter op datzelfde ADO Den Haag. Hoe kan dat?
‘De O21 heeft met veel blessures te kampen. Datzelfde geldt voor het eerste elftal. Daardoor hebben Moussa Gbemou en ik bijvoorbeeld nog maar weinig met de O21 kunnen meespelen. Voor de winterstop speelde ik alles en na de winterstop deed ik nog maar tijdens vier potjes mee. Dat is zonde.’
‘Van de andere kant kun je er ook weinig aan doen. Je mist gewoon de helft van je basiselftal en dan wordt het gewoon moeilijk. De jongens die het hebben overgenomen zijn én jong én moeten ineens nog een niveau hoger gaan voetballen. Dat maakt het er niet makkelijker op.’
Is het niet frustrerend dat al je goede werk op deze manier teniet wordt gedaan?
‘Van de ene kant wel, maar van de andere kant niet. Kijk, we hebben dit wel mooi even bereikt met z’n allen. Dat komt gewoon niet vaak voor. Maar je moet ook eerlijk zijn. Als je kijkt wie er allemaal op dat niveau spelen, dan is dat net iets te hoog gegrepen, denk ik. Qua budget en qua faciliteiten zijn andere ploegen gewoon iets verder. 2e Divisie is eigenlijk een mooi niveau voor Fortuna.’
‘FC Groningen en Feyenoord bijvoorbeeld, die beschikken over zo’n fantastisch complex. Als zulke clubs naar ons komen gaan ze onderweg naar een hotel om te eten terwijl wij in de bus onze zelfgesmeerde broodjes eten. Dat is helemaal niet erg, maar wel een enorm contrast. Het is ontzettend knap dat we zijn gepromoveerd naar het hoogste niveau, maar daar structureel blijven is op dit moment iets te hoog gegrepen.’
We doen alsof het alleen maar kommer en kwel is. Maar je maakt ook heel veel mooie dingen mee. Wat zoal?
‘Zeker weten! Ik heb heel veel coole dingen meegemaakt en dus veel meer hoogte- dan dieptepunten beleefd. Ik ben meermaals kampioen geworden, heb toernooien gewonnen, heel veel jongens leren kennen, veel vrienden gemaakt, noem maar op.’
‘En ik heb natuurlijk in alle teams gespeeld doordat ik de gehele academy heb doorlopen. Ik heb een hele leuke tijd gehad en kan niets negatiefs over de club zeggen.’
Tijdens je seizoenen bij de Fortuna-selectie wordt je niveau steeds hoger, maar zakken je kousen daarentegen af. Waarom ben je gevoelig voor een mode-gril?
‘Haha, wat denk je? Dat is in! En ik vind dat fijn zitten. Vroeger, toen ik begon droeg ik zó’n scheenbeschermers met enkelbeschermers , maar nu heb ik van die kleintjes. En dat zit lekker.’

Tristan Schenkhuizen is behoorlijk avantgarde
‘Mijn vader is er ook niet blij mee zegt tegen me: ‘Vriend, je gaat van die grote scheenbeschermers kopen. Stel je voor je krijgt een trap, dan lig je er maanden uit!’
‘Misschien ben ik wel iets te eigenwijs daarin. Ik vind het gewoon fijner zitten en krijg ik een schop, dan neem ik dat op de koop toe. De kans dat je zo’n trap krijgt is eerder klein, want wie gaat je zo hoog op je scheen trappen? Maar krijg je zo’n schop, dan is het je eigen schuld.’
Over mode-grillen gesproken. Je maatjes uit de academy debuteerden in een roze Robey-shirt, jij in een Fernando Ricksen-shirt. Hoe staat het met je verzameling shirts eigenlijk?
‘Heel goed. Ik heb wel wat shirts thuis liggen. En het shirt waarin ik mijn debuut heb gemaakt hangt ingelijst aan de muur. Dat is speciaal. Door de jaren heen heb ik ook wel eens shirts weggegeven aan mensen die me hebben geholpen te komen waar ik nu sta.’
Je moet alleszins vertrouwen in jezelf houden. Want Bryant Nieling is het voorbeeld dat het opbouwen van een mooie carrière wel degelijk kan. Hoe belangrijk is dan het maken van de juiste keuze?
‘Dat is heel belangrijk. Je moet de juiste club vinden waar je snel progressie kunt maken. Dat heeft Bryant heel goed gedaan. Van hieruit naar MVV was een flinke stap omhoog en van daaruit naar Cambuur ook. Als je dan naar Italië kunt gaan, is dat heel knap. Dus ik probeer goed te kijken naar een club waar ik me het beste kan ontwikkelen. In mijn hoofd zit dat ik wil proberen eerst een vaste waarde in de Keuken Kampioen Divisie te worden en van daaruit misschien terug te keren naar de Eredivisie.’

Het is misschien een idee om van positie te wisselen met Sven Simons
‘Daar heb ik het wel over met medespelers. Moet je overstappen naar een club waarvan je weet dat die onderaan zal eindigen? En als je dat toch doet, hoe makkelijk kun je je dan in de kijker spelen? Dat kan makkelijker bij een club die de play offs kan halen, maar kun je daar naartoe? En dat heeft soms met geluk te maken. Kom je bij een club terecht die bij je past en waar het sportief lekker loopt? Want dan kun je je verder ontwikkelen.’
We hebben de broers De Jong en Van Bommel, maar ook de broertjes Timber en Koeman. Steeds blijkt de jongste de beste van de twee. Met andere woorden: wanneer zet Dean de stap naar de selectie?
‘Haha. Nou, Dean kan echt goed voetballen en we zijn even getalenteerd. Maar hij vindt andere dingen ook leuk. Voor mij telt alleen het voetbal.’
Je maakt al een behoorlijk aantal seizoenen deel uit van de selectie of mag opdraven tijdens oefenduels. Daardoor kun je ook het niveau van tegenstanders inschatten in vergelijking tot je eigen niveau. Met andere woorden: waarop mik je als vervolgstap?
‘Ik denk dat de top van de Keuken Kampioen Divisie nog te hoog gegrepen is, maar een middenmoter gaat hopelijk lukken. Ik hoop echt op een club waar ik veel minuten kan gaan maken waardoor ik alles uit mijn carrière kan halen. Ik ben nog niet uitgevoetbald!’
Maar eerst nog naar FC Utrecht.
‘Daar wil ik nog minuten maken. Dat zou een mooie afsluiter zijn.’

In Stadion Galgenwaard nemen fans en Tristan Schenkhuizen voorlopig afscheid van elkaar
Na een kleine 40 minuten drukken we op ‘Stop’. Het zit erop. ‘Ik heb toch overal netjes antwoord op gegeven?’, vraagt Schenkhuizen zich hardop af? Inderdaad, dat is het geval. Vanuit de sponsorruimte gaat het in gezwinde spoed naar beneden, de trappen af.
Nog een high five en dan loopt de vrolijke jonge gast door een deur. Vermoedelijk in de richting van de gym. Alles eraan doen om optimaal klaar te zijn voor zondag en om vervolgens zijn droom na te jagen!
